Direct naar content
Schematherapie bij DKP

Schematherapie

Schematherapie is een effectieve geïntegreerde therapeutische benadering, waarin elementen van de belangrijke wetenschappelijke therapieën, zoals cognitieve gedragstherapie, psychodynamische modellen, hechtingsmodellen en Gestalt-modellen met elkaar worden gecombineerd.

Wat is schematherapie

Schematherapie richt zich op (disfunctionele) schema’s, schadelijke emotionele overtuigingen, die aan de basis liggen van hardnekkige diepliggende gedragspatronen, die ontstaan zijn in de kindertijd, doordat er te weinig tegemoet werd gekomen aan de basisbehoeften van het kind om te kunnen groeien tot een gezonde volwassene. Schematherapie helpt dus de oorsprong van gedragspatronen te doorgronden en te veranderen. Bij schematherapie onderzoeken wij de invloed van ervaringen uit uw jeugd op uw dagelijks leven. Door schematherapie is het de bedoeling dat u uzelf leert veranderen, zodat u zich beter gaat voelen, beter voor uzelf gaat zorgen en beter voor uzelf kunt opkomen. Doordat u leert voelen wat uw behoeftes zijn verandert niet alleen uw gedrag, maar ook uw gedachten en gevoelens.

Schematherapie voor wie?

Schematherapie is zeer geschikt als therapie bij mensen met persoonlijkheidsproblemen, zoals bij persoonlijkheidsstoornissen. Schematherapie heeft bijvoorbeeld zeer goede resultaten behaald bij behandeling van de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Tegenwoordig wordt schematherapie gebruikt voor veel verschillende klachten, zoals angstklachten en depressie. Ook bij werkgerelateerde klachten, zoals burn-out kan schematherapie worden ingezet. Een psycholoog bepaalt of de behandeling geschikt is voor uw situatie, het kan namelijk per persoon verschillen.

Basisbehoefte schematherapie

Ieder kind heeft emotionele basisbehoeften, denk hierbij aan veiligheid en vrijheid. In sommige gevallen is niet aan die behoeftes voldaan in iemands jeugd. Het niet voldoen aan deze behoeftes kan op latere leeftijd zorgen voor problemen. Bij basisbehoeften moet u denken aan:

  • Veiligheid; voor ieder kind is het belangrijk dat er voldoende zorg is, dat ouders oog houden voor wat het kind nodig heeft en dat zij hun best doen om daarin te voorzien. Hier hoort ook bij dat de omgeving voorspelbaar en betrouwbaar is
  • Verbondenheid met anderen; ieder kind heeft het nodig dat er mensen zijn aan wie het zich kan hechten, die interesse hebben in zijn belevingswereld, die moeite doen hem te begrijpen en te steunen. Het uitgangspunt is het principe dat mensen sociale wezens zijn die het nodig hebben ergens bij te horen en deel uit te maken van een groep.
  • Zelf expressie; een kind dat geboren wordt is uniek en kent zijn eigen mengeling van temperament, omgevingsinvloeden en genetische aanleg. Dit brengt met zich mee dat ieder kind en ieder mens reageert met eigen gevoelens en belevingen. Deze mogen ervaren en uiten is belangrijk voor een gezonde ontwikkeling.
  • Spel en spontaniteit; ieder kind wordt geboren met het vermogen te leren, zich te verbazen, enthousiast te reageren, emoties te ervaren en te genieten. Daar hoort een omgeving bij die het mogelijk maakt dat het kind op zijn eigen manier en met zijn eigen temperament de wereld om zich heen kan ontdekken en daardoor kan genieten, dat het mag experimenteren en mag leren met vallen en opstaan.
  • Zelfwaardering; ieder kind heeft het nodig om te leren vertrouwen te hebben in zichzelf en zijn eigen capaciteiten. Dit is wezenlijk om goed te kunnen functioneren, als kind en op latere leeftijd.
  • Autonomie; voor ieder mens is het belangrijk dat hij eigen keuzes kan maken en zijn leven naar eigen inzicht vorm kan geven. Die behoefte ontstaat al op jonge leeftijd. Naast het gevoel dat het kind ergens bij hoort, wil het ook zelf kunnen beslissen en zijn eigen ervaringen opdoen.
  • Realistische grenzen; samenleven met andere mensen en u ontwikkelen tot een goed functionerend sociaal wezen houdt in dat u rekening kunt houden met anderen, dat u discipline ontwikkelt en kunt doorzetten, dat u leert frustraties te tolereren en directe behoeftebevrediging kunt uitstellen. Kinderen ontwikkelen deze vaardigheden door een omgeving die realistische grenzen stelt. Dit betekent dat de grenzen zijn afgestemd op het temperament en de ontwikkelingsfase van het kind, uit te leggen zijn en rekening houden met omstandigheden.

( Reubsaet 2018)

Wat zijn schema’s in schematherapie?

Schema’s zijn op jonge leeftijd ontstaan als het resultaat van de wisselwerking tussen het temperament van het kind, de opvoedingsstijl van de ouders en significante (soms traumatische) ervaringen.

Schema’s weerspiegelen de onvervulde belangrijke emotionele basisbehoeften van het kind, zoals veilige hechting, verbondenheid en acceptatie, door met name de ouders en andere belangrijke personen, om hen heen.

Ze zijn in feite het resultaat van aanpassingen aan negatieve ervaringen, zoals conflicten in het gezin, afwijzing, vijandigheid of zelfs agressiviteit van opvoeders en leeftijdgenootjes, gebrek aan liefde en warmte en inadequate ouderlijke zorg.

Deze schema’s houden zichzelf, door verdere levenservaringen, in stand en bieden sterke weerstand tegen verandering.

 

 

Schematherapie richt zich op 18 schema’s

Schemadomein : Onverbondenheid en afwijzing

De onderstaande vijf schema’s in dit domein ontstaan wanneer de behoefte aan veiligheid, geborgenheid, hechting en bescherming onvoldoende vervuld werd in de kindertijd.

1 Verlating/ instabiliteit:

Mensen met dit schema verwachten dat belangrijke relaties geen stand zullen houden en dat zij de mensen kwijtraken die het dichtst bij hen staan. Ze denken dat deze mensen hen in de steek zullen laten, ziek zullen worden en doodgaan, hen verlaten voor iemand anders, zich onvoorspelbaar gedragen of op de een of andere manier plotseling zullen verdwijnen. Ze leven daardoor constant in angst en zijn de hele tijd alert op eventuele tekenen dat iemand op het punt staat uit hun leven te verdwijnen. Anderen voelen als onbetrouwbaar en onvoorspelbaar in hun steun en toewijding.

2 Wantrouwen/ misbruik:

Mensen met dit schema hebben de verwachting door anderen gebruikt, misbruikt, slecht behandeld, belogen of vernederd te worden. Ze hebben daardoor zeer veel moeite om anderen te vertrouwen. Ze zijn voortdurend op hun hoede omdat ze vrezen door hen opzettelijk gekwetst of misbruikt te worden.
Als biografische achtergrond zijn er in de regel vaak misbruikervaringen van verschillende aard, zoals bijvoorbeeld belogen, bedrogen, gekwetst, misbruikt of gemanipuleerd worden. De gevoelens zijn heel wisselend en betrokkene is voortdurend waakzaam.

3 Emotionele verwaarlozing:

Mensen met dit schema hebben de verwachting dat de eigen basale emotionele behoeften, zoals steun, verzorging, empathie, hulp en bescherming, niet of onvoldoende door anderen zullen worden vervuld. Ze hebben in hun  leven slechts zelden het gevoel gehad dat iemand zich goed en liefdevol om hen bekommerde of dat ze geborgen en geliefd waren. Doorgaans was er nauwelijks lichamelijke affectie in hun kindertijd en was liefde aan voorwaarden gebonden. Dit schema leidt tot intense gevoelens van eenzaamheid en onbegrepen zijn.

4 Minderwaardigheid/ tekort schieten/ schaamte:

Dit schema beschrijft het gevoel tekort te schieten, slecht, minderwaardig of ongewenst te zijn. Mensen met dit schema hebben het gevoel dat ze nooit genoeg zullen zijn om liefde, aandacht of respect van anderen te verdienen, ongeacht hoeveel moeite ze daarvoor doen. Dit gaat vaak samen met een diep gevoel van schaamte voor de eigen persoon. In de eigen kindertijd werd de behoefte aan waardering, lof en acceptatie onvoldoende vervuld. Hun ouders waren vaak uitermate kritisch, vernederden hen en wezen hen af wanneer ze gevoelens of behoeften uitten.

5 Sociaal isolement/ vervreemding:

Mensen met dit schema voelen zich vervreemd of afgesneden van de rest van de wereld. Ze hebben het idee er niet bij te horen of fundamenteel anders te zijn dan anderen. In groepen voelen zij zich buitenstaanders, ook al beschouwen anderen hen als goed geïntegreerd. Vaak vertellen ze dat ze in hun jeugd geïsoleerd waren.

Schemadomein: Verzwakte autonomie en verzwakt functioneren

De onderstaande vier schema’s in dit domein ontstaan wanneer de behoefte aan autonomie en zelfstandigheid niet vervuld werd. Sommige mensen met deze schema’s werden in hun kindertijd overvraagd en andere mensen werd juist te weinig autonomie of zelfstandigheid toevertrouwd.

6 Afhankelijkheid/ onbekwaamheid:

Mensen met dit schema voelen zich vaak extreem hulpeloos en hopeloos en achten zichzelf er niet toe in staat, om zonder de hulp van anderen, dingen aan te pakken of taken het hoofd te bieden. Ze hebben moeite om zelfstandig beslissingen te nemen. Vaak komen ze uit intens hechte, kluwen gezinnen waarin ze overmatig beschermd werden. Ze hadden onvoldoende mogelijkheden om vertrouwen in hun eigen vaardigheden op te bouwen, omdat ze weinig verantwoordelijkheden en complimenten kregen en er voor hen nauwelijks of geen mogelijkheid was voor het opeisen van hun zelfstandigheid.

7 Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar

Kenmerkend voor dit schema is een uitgesproken angst voor rampspoed, ziekten of andere problemen die mensen onverwacht kunnen overkomen en waar ze zich niet kunnen beschermen. Mensen met dit schema hadden in hun jeugd vaak extreem angstige ouders of verzorgers en/of hebben in hun leven ook daadwerkelijk noodlottige tegenslagen of ziektes in hun nabije omgeving meegemaakt.

8 Verstrengeling/ kluwen/ onderontwikkeld zelf:  

Mensen met dit schema hebben een weinig ontwikkeld identiteitsgevoel. Ze zijn sterk verstrengeld in relaties met anderen (meestal ouders). Om zich compleet te voelen of beslissingen te kunnen nemen, heeft men telkens opnieuw rugdekking van anderen nodig – vaak van hun moeder.

9 Mislukking:

Dit schema wordt gekenmerkt door de overtuiging dat men nooit succes zal hebben en minder talent of intelligentie bezit dan de meeste andere mensen. Men voelt zich dom en zonder talent. In hun jeugd hebben mensen met dit schema doorgaans veel kritiek gekregen, bijvoorbeeld op school of thuis, in het bijzonder kritiek op de eigen persoon.

Schemadomein: Verzwakte grenzen

De onderstaande twee disfunctionele schema’s in dit domein ontstaan wanneer er in de kindertijd geen gepaste realistisch grenzen werden gesteld. Vaak werd men fundamenteel verwend (eventueel ook op materieel gebied), maar het komt ook voor dat er erg inconsistent grenzen werden gesteld, met een afwisseling tussen overdreven grenzen en volledige vrijheid. Hierdoor kregen deze mensen geen gelegenheid om hun doorzettingsvermogen de trainen.

10 Zich rechten toe-eigenen/ veeleisend/ grootsheid: 

De mensen met dit schema beschrijven zichzelf als bijzonder en voelen zich beter dan anderen. Ze zijn van mening dat ze recht hebben op uitzonderingen en dat zij zich niets moeten aantrekken van de behoeften van anderen of van regels en gangbare gebruiken. Ze haten het om belemmerd of afgeremd te worden. Vaak krijgen ze in de kindertijd te horen dat zij of hun familie bijzonderder waren dan anderen en werden ze tenminste materieel verwend. Niet zelden ontstaat dit schema ook door modelleren of kopiëren, bijvoorbeeld wanneer de ouders zich volgens dit schema gedragen.

11 Gebrek aan zelfcontrole/ zelf-beheersing/ discipline:

Mensen met dit schema hebben problemen met zelfcontrole en frustratietolerantie, ze kunnen emotionele gevoelens, zoals bij tegenslag en conflict, en impulsen niet of nauwelijks  beheersen wanneer het gaat om het bereiken van doelen. Ze geven saaie bezigheden vaak op en hebben weinig geduld voor taken die discipline en doorzettingsvermogen vragen

Schemadomein : Gerichtheid op anderen

De onderstaande drie schema’s ontstaan wanneer mensen hun eigen behoeften en gevoelens niet adequaat kunnen uitdrukken. Mensen met schema’s in dit domein gedragen zich in overeenstemming met de interesses en behoeften van anderen. Ze vinden dat ze veelal geen recht hebben op eigen behoeften. Vaak komen ze uit gezinnen waar slechts van voorwaardelijke acceptatie sprake was.

12 Onderwerping:

Mensen met dit schema stellen in relaties geen grenzen, ze geven de ander steeds de overhand. Ze geven zichzelf over aan de wil van anderen, al dan niet op basis van vermoedens, uit angst voor mogelijke negatieve gevolgen, zoals kritiek, conflicten, straf of verlating, wanneer ze hun eigen wensen, meningen en gevoelens zouden uiten.

13 Zelfopoffering:

Mensen met dit schema zijn voortdurend gericht op het ondersteunen en vervullen van de behoeften van anderen. Wanneer ze rekening houden met hun eigen behoeften voelen ze zich vaak erg schuldig. Anders dan bij het schema onderwerping gaat het bij dit schema niet zozeer om volledig aanpassing, als wel om het zo goed en zo snel mogelijk aanvoelen en voelen van andermans behoeften. Uiteindelijk gaat men zich, door de moeite die men zich moet getroosten, ergeren aan de mensen voor wie men zorgt.

14 Goedkeuring en erkenning zoeken:

Mensen met dit schema zoeken op een overdreven wijze naar erkenning, waardering en goedkeuring. Ze hechten veel waarde aan een knappe uiterlijk, een goed voorkomen, een hoge sociale status etc. om zichzelf te verzekeren van lof en erkenning van anderen. Vaak gaat dit ten koste van de eigen behoeften en de ontwikkeling van een stevig en echt gevoel voor eigenwaarde. Hun zelfbeeld is hoofdzakelijk afhankelijk van de reacties van anderen.

Schemadomein: Overmatige waakzaamheid en inhibitie

De onderstaande vier schema’s in dit domein ontstaan wanneer de behoefte aan spontaniteit, plezier en spel in de kindertijd onvoldoende vervuld werd. De familiale achtergrond wordt meestal door een harde, prestatiegerichte en rigide sfeer gekenmerkt. Prestatie en perfectionisme werden beloond, terwijl de uitdrukking van emoties en behoeften geremd of bestraft werd.

15 Negativiteit en pessimisme:

Dit schema verleidt mensen ertoe overal en altijd het slechte, negatieve en problematische te zien. Positieve aspecten worden geminimaliseerd of genegeerd. Deze mensen hebben voortdurende angst om fatale fouten te maken. Ze hebben dan ook moeite om beslissingen te nemen, zijn uitermate bezorgd en constant bedacht op gevaar. Ze zijn erg gepreoccupeerd met hun opgedane negatieve ervaringen.

16 Emotionele geremdheid:

Mensen met dit schema hebben angst voor of voelen zich ongemakkelijk bij het tonen van gevoelens of spontaniteit. Ze vrezen voor afkeuring door anderen, het verliezen van de controle over hun impulsen en het ervaren van schaamte. Eigen behoeften en gevoelens zoals woede of vreugde worden onderdrukt, gesprekken over de eigen kwetsbaarheid of problemen worden vermeden of als belachelijk beleefd en afgekeurd door henzelf. Men legt sterk de nadruk op rationaliteit.

17 Meedogenloze strenge normen/overdreven kritisch/extreem hoge eisen:

De mensen met dit schema voelen zich permanent onder druk staan om dingen af te maken, doelen te bereiken en overal de beste in te zijn. Ze hebben daarbij steeds het gevoel nooit goed genoeg te zijn en altijd nog meer moeite te moeten doen. Deze mensen staan zeer kritisch tegenover zichzelf en anderen. Dit schema gaat samen met perfectionisme, rigide regels en continu zorgen over tijd en efficiency, en gaat vaak ten koste van interpersoonlijke contacten, plezier, vrije tijd en ontspanning. Er is tevens sprake van een enorme angst om te falen. 

18 Bestraffende houding:

Mensen met dit schema zijn er van overtuigd dat mensen streng gestraft moeten worden als ze fouten maken. Ze zijn agressief, intolerant, ongeduldig en zichzelf en anderen niet vergevingsgezind.

Wat zijn copingstrategieën in schematherapie?

Door disfunctionele schema’s ontstaan tevens (disfunctionele) copingstrategieën, met als doel zo min mogelijk last te hebben van de emoties van de disfunctionele schema’s. Zoals copingstrategieën tegen de angst voor verlating, angst voor afwijzing en kritiek, angst voor conflicten, gevoelen van onveiligheid, gevoelens van vervreemding in gezelschap en geen aansluiting vinden bij anderen.

We onderscheiden daarbij:

  • overgave; men gedraagt zich alsof het schema, bijvoorbeeld verlating, nog steeds waar is. Om emoties te voorkomen bij een vermeend in de steek gelaten te worden, klampt men zich vast aan de partner of vertoont men bezitterig of controlerend gedrag. Uiteindelijk stoot men partners en belangrijke anderen hierdoor af.
  • vermijding; men vermijdt intieme relaties totaal, uit angst voor de emoties die vanuit het schema verlating zouden kunnen optreden. Men is daardoor onnodig eenzaam en alleen en onthoudt zichzelf de ervaring dat een waardevolle relatie wel degelijk mogelijk is.
  • overcompensatie; de persoon gedraagt zich alsof het tegendeel van het schema waar is. Angst voor verlating wordt dan afgedekt door dominant, of zelfverzekerd gedrag. Men gedraagt zich alsof men de ander in het geheel niet nodig heeft. Uiteindelijk stoot men partners en belangrijke anderen ook hierdoor af.

In feite zijn disfunctionele copingstrategieën uiteindelijk ongezonde, schadelijke gedragingen, ook wel valkuilen genoemd, die de klacht in stand houden. Het hanteren van een copingstrategie is in het algemeen geen bewuste keuze van de cliënt, maar een automatische reactie op een voor hem of haar bedreigende of kwetsende situatie. Copingstrategieën zijn vooral zichtbaar aan het gedrag van de cliënt, maar omvatten dus ook cognitieve en emotionele vervormingen.

Hoe kunnen copingstrategieën of valkuilen veranderen?

Valkuilen bestaan doorgaans al een leven lang als vaststaande patronen, die diep zijn ingesleten in het gedrag van mensen en daardoor moeilijk te veranderen zijn, net als verslavingen en andere slechte gewoontes.

Veranderen vereist daarom:

  • bereidheid om emotionele pijn (angst en onzekerheid) te verdragen.
  • u moet uw valkuil onder ogen durven zien
  • en u moet hem begrijpen.
  • u moet ook discipline hebben; u moet dagelijks uw gedrag observeren en veranderen. Verandering gaat niet van de een op de andere dag. U moet steeds oefenen.

Effectieve behandelwijze

Schematherapie is uiterst effectief gebleken bij de behandeling van stevige psychische klachten. Zoals bijvoorbeeld bij persoonlijkheidsproblematiek, aangezien het de diep(er)liggende patronen aanpakt die vaak reeds vroeg in de jeugd zijn ontstaan. Uit wetenschappelijk onderzoek is onder meer gebleken dat schematherapie bij meer dan de helft van de patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis, resulteert in genezing. Dat wil zeggen dat zij na behandeling diagnosevrij zijn, en in twee derde van de gevallen er sprake is van een klinisch relevante verbetering.

Schematherapie wordt vanwege haar effectiviteit tegenwoordig voor een steeds bredere  patiëntengroep met verschillende klachten toegepast.  Ook bij SOLK wordt schematherapie ingezet bij DKP. Dat zijn lichamelijke klachten waarvoor artsen en specialisten geen lichamelijke oorzaak kunnen vinden en dus ook niet voor genezing kunnen zorgen. Bij een psychische aanpak worden vervolgens goede resultaten behaald.

Aanmelden

Voor diagnostiek, behandeling, coaching en onze andere diensten kunt u zich melden bij ons secretariaat. Dit kan telefonisch, per email of via het aanmeldformulier op onze site.